Molens waren vele eeuwen erg belangrijk, er maalde in Hapert ooit een watermolen in de Grote Beerze.
Deze brandde echter in 1859 af, en Hapert had vanaf dat moment geen molen meer.
De dichtstbijzijnde molens waren de Casterse molen en molen Teurlings in Bladel.
Er kwam enkele decennia later toch weer een molen in Hapert.
Nu staan we voor deze fraaie windmolen, waarvan het bouwjaar lang ongewis was.
Op de baard van de molen staat in sierlijke letters Anno 1896.
Maar deze datum is lang in twijfel getrokken en hier beschrijven we het ontstaan van de molen volgens officiële documenten.
Op 8 juli 1898 vroeg Franciscus Sanders aan de gemeente Hoogeloon toestemming tot oprichting van een korenmolen in Hapert.
Hij kocht op 24 september 1898 van de familie Bans een stukje weiland (C170a) voor 200 gulden en een stukje bouwland voor 70 gulden (C202).
Op d…
Molens waren vele eeuwen erg belangrijk, er maalde in Hapert ooit een watermolen in de Grote Beerze.
Deze brandde echter in 1859 af, en Hapert had vanaf dat moment geen molen meer.
De dichtstbijzijnde molens waren de Casterse molen en molen Teurlings in Bladel.
Er kwam enkele decennia later toch weer een molen in Hapert.
Nu staan we voor deze fraaie windmolen, waarvan het bouwjaar lang ongewis was.
Op de baard van de molen staat in sierlijke letters Anno 1896.
Maar deze datum is lang in twijfel getrokken en hier beschrijven we het ontstaan van de molen volgens officiële documenten.
Op 8 juli 1898 vroeg Franciscus Sanders aan de gemeente Hoogeloon toestemming tot oprichting van een korenmolen in Hapert.
Hij kocht op 24 september 1898 van de familie Bans een stukje weiland (C170a) voor 200 gulden en een stukje bouwland voor 70 gulden (C202).
Op dit laatste stukje grond zou de molen gebouwd gaan worden.
Opvallend in de verkoopakte is de zinsnede dat in eventueel op te richten gebouwen geen herberg, bierhuis of aanverwante nering mag plaatsvinden.
Akte opgemaakt door notaris Hordijk in Vessem,
Op 1 augustus 1898 werd Sanders met zijn gezinnetje vanuit Meijel ingeschreven in Hapert, inwonend bij de familie Bans.
Het lijkt erop dat hij al met de bouw van de molen begonnen was voordat de grond officieel van hem was.
In een provinciaal verslag staat hij per 1 januari 1899 als eigenaar van een graanmolen in de gemeente Hoogeloon cum annexis genoemd.
Dat is wel een heel korte bouwtijd als hij in september 98 de grond kocht.
Zeker als je weet dat onderdelen van elders vandaan kwamen.
Dat was heel gebruikelijk in het Brabant van de late 19e eeuw.
Op oude foto’s van de molen, van vóór der restauratie in 1972, staat op de baard geen jaartal!
Ook op foto’s van de restauratie in 1989 is geen jaartal te bekennen.
Waar het jaartal dan vandaan komt is onduidelijk.
Anno 1896 is in werkelijkheid dus Anno 1898.
Op 4 december 1901 verkocht Frans Sander zijn bezittingen in Hapert.
Perceel 170a voor 250 gulden en het perceel waarop ondertussen de molen gebouwd was voor 4650 gulden.
Even later vertrok de familie naar het Belgische Achel.
Frans Sanders bouwde in Hamont-Lo opnieuw een windmolen.
Deze bestaat niet meer. De Hapertse molen werd verkocht aan Johannes Adrianus Franciscus Willems, molenaar afkomstig uit Diessen.
Hij was er kort daarvoor getrouwd met Willebrordina Damen.
Willems kocht voor 850 gulden, meepesant een huis dat vrij kort daarvoor was gebouwd op een aan de molen grenzend perceel.
Hier kreeg het echtpaar vier kinderen, waarvan er één jong overleed.
In 1924 vroeg Willems een vergunning aan tot het bouwen van een machinekamer ten behoeve van een maalderij.
Er werd dus vanaf toen niet alleen maar met windkracht gemalen.
In de molenaarswoning brak in 1928 brand uit en deze moest herbouwd worden.
Het kreeg toen een andere vorm dan het oorspronkelijke huis.
Was het huis vóór de brand van het type boerderij, het herbouwde pand had meer de vorm van een pakhuis.
In 1942 overleed Johannes Willems en werd de molen eigendom van zijn weduwe Willebrordina Damen.
Willem Verhees uit Netersel werd toen de nieuwe molenaar.
Deze Willem Verhees huwde Agnes, dochter van Johannes Willems en nam, via een boedelscheiding, de molen op 1 april 1953 over.
Of er toen nog op windkracht gemalen werd is twijfelachtig.
In 1970 werd de inmiddels vervallen molen voor ƒ 5000,-- aangekocht door de toenmalige gemeente Hoogeloon.
In 1972/73 volgde restauratie, uitgevoerd door het Groninger molenmakersbedrijf Roemeling & Molema.
Dat een molenmaker uit Groningen voor een restauratie naar het zuiden van Brabant was afgereisd was te merken: roeden van het fabricaat Buurma (Oudeschans) zijn ten zuiden van de rivieren uitermate zeldzaam gebleven en ook kreeg de baard een typisch Groninger kleurstelling: wit met rode accenten.
In 1989 werd de butenkant van de molen opgeknapt.
Direct na deze restauratie van 1972 meldde Lieuwe Tilma, vrijwillig molenaar van het eerste uur, zich bij de gemeente met het verzoek, te molen regelmatig te mogen laten draaien.
Tilma’s molenaar schap bleek een succes.
Na ruim 30 jaar, in 2004, droeg hij zijn taak over aan Jos Jansen.
Voor zijn jarenlange verdienste kreeg hij van de gemeente Bladel een onderscheiding.
Lieuwe Tilma overleed op 16 december 2007.
In 2020 was de molen aan een grote herstelbeurt toe: het wiekenkruis werd geheel en de staart grotendeels vernieuwd.
Verder keerde het wiekensysteem Van Bussel om een optimaal rendement uit de windkracht te halen terug in de molen.
Het syteem was in 1972 verwijderd
Sinds 1967 is de molen een rijksmonument.
De molen is tot op heden operationeel en wordt door twee molenaars in bedrijf gehouden.
Jos Jansen is nog steeds molenaar samen met Ben van Roosmalen.
Ab Schrader is molenaar in opleiding in de Hapertse molen, zodat de bezetting van de molen voorlopig gewaarborgd lijkt.
De molen is iedere eerste en derde zaterdag van de maand te bezoeken.