150 jaar geleden stond in Hapert een heus herenhuis, door de Hapertse mensen ‘Kasteeltje’ genoemd.
Veertien juli 1854 kocht Johannes Josephus Hubertus van Schenck van Nijdeggen, pastoor wonende in Den Bosch enkele percelen grond (C493 t/m 496) van Elisabeth Cornelissen. 
Hij was een kind uit een adellijke familie, hij ging hier zijn nieuwe huis bouwen.

De koop wordt gesloten in de pastorie met als getuigen pastoor Lambert de Jongh en kapelaan Antonius Waght.  
Op dit stuk grond, aan de straat die nu de Nieuwstraat is, stond een huis met een bijbouw.
In de koopovereenkomst wordt afgesproken dat het huis afgebroken en afgevoerd zal worden door de verkoper. 
Hij werd op 1 mei 1855 ingeschreven in het bevolkingsregister in Hapert, beroep Roomsch Catholiek priester.  
Hij was daarvóór kapelaan in Driel en assistent in Heusden.
Het verhaal …

150 jaar geleden stond in Hapert een heus herenhuis, door de Hapertse mensen ‘Kasteeltje’ genoemd.
Veertien juli 1854 kocht Johannes Josephus Hubertus van Schenck van Nijdeggen, pastoor wonende in Den Bosch enkele percelen grond (C493 t/m 496) van Elisabeth Cornelissen. 
Hij was een kind uit een adellijke familie, hij ging hier zijn nieuwe huis bouwen.

De koop wordt gesloten in de pastorie met als getuigen pastoor Lambert de Jongh en kapelaan Antonius Waght.  
Op dit stuk grond, aan de straat die nu de Nieuwstraat is, stond een huis met een bijbouw.
In de koopovereenkomst wordt afgesproken dat het huis afgebroken en afgevoerd zal worden door de verkoper. 
Hij werd op 1 mei 1855 ingeschreven in het bevolkingsregister in Hapert, beroep Roomsch Catholiek priester.  
Hij was daarvóór kapelaan in Driel en assistent in Heusden.
Het verhaal gaat dat hij teleurgesteld was dat hij in Driel of Heusden niet benoemd werd als pastoor en zich daarom terugtrok.
Ook zijn moeder kwam in zijn nieuwe huis in Hapert wonen. 
Bij zijn overlijden (29-aug-1865) was hij eigenaar van drie huizen en percelen grond in Hapert, maar ook in Gelderland, met name in Beuningen, Winssen, Ewijk en Overasselt had hij bezittingen.
Hij was goed voor ruim 60.000 gulden aan eigendommen.
Ter vergelijking: een jaarloon was in Noord Brabant in die tijd ongeveer 250 gulden.
Na zijn dood werden de bezittingen in Hapert eigendom van Napoleon Sassen, vriend van van Schenck van Nijdeggen.
Sassen staat te boek als een vooraanstaand advocaat in den Bosch.
Hij was gemeenteraadslid, lid van de Provinciale Staten en lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal. 
In 1869 legde Sassen de kasteellaan aan, vanaf de Kuil naar het herenhuis. 
Sassen woonde er niet zelf maar het kasteeltje was tijdelijke woning voor burgemeester Adrianus van Eyk en ook burgemeester Hoeks woonde er tijdelijk.
Het kasteeltje bleef in de familie tot 1912.
In augustus dat jaar hield de familie Sassen een openbare verkoop.
In de omschrijving draag het de naam ‘Huize Rustoord’.
Het kasteeltje werd verkocht aan de familie Delhaye, banketbakkers uit Tilburg.
De familie komt er ook echt wonen (volgens BR Tilburg).
In 1920 wordt heerenhuis, namens de familie Delhaye, via een publieke verkoop te koop aangeboden.
In de advertentie wordt het geheel geschikt genoemd als hotel, als pension of klooster en meer ander doeleinden.
Henri Antoine van de Water, sigarenfabrikant te Bladel. 
Hij volgde de aanwijzing dat het een geschikt pand als pension zou zijn vrijwel onmiddellijk op.
Hij vestigde er in 1921 pension hôtel ‘het Haperts Kasteeltje’
Hij heeft er niet lang plezier van gehad, Henri Antoine overleed 15-10-1923.
Zijn weduwe werd eigenaresse. In 1929 verhuisde zij naar Eindhoven. 
Later werd een deel van de grond afgesplitst en startte Pieter van de Water er een sigarenfabriek, op de plek van huidig huisnummer Nieuwstraat 22.
In 1939 verkocht Pieter J J van de Water het pand aan Petrus van Hoof.
Een dochter van Petrus van Hoof trouwde in 1940 met ‘mister’ Johannes Joseph (Jan) Mariën, zij waren de laatste bewoners van het Kasteeltje dat in 1961 afgebroken werd.
De namen Kasteellaan en Park Kasteelrode herinneren aan het kasteeltje 

In de buurt

Kaartelementen overslaan